Blog Challenge: Day 18

Vertel eens over je eerste echte liefde

Mijn eerste echte liefde. Eerst maar eens ‘eerste echte liefde’ definiëren. Voor mij is dat diegene bij wie je dat WOW-gevoel hebt wanneer je samen bent, iemand ‘who sweeps you off your feet’. Voor mij is dat echte liefde. En dan niet de eerste verliefdheid, nee echte liefde waarbij je weet: dit is ‘m. Dat gevoel heb ik twee keer gehad: nu met manlief en met een zeker figuur uit mijn studietijd (tsja…eens moet de eerste keer zijn!). Dus nu over die zekere figuur uit mijn studietijd. Verteld in een jasje van fictie 🙂

Voor de zoveelste keer liet hij me in de steek. Hoe meer liefde ik hem gaf, hoe meer afstand hij creëerde. Ik was zo verliefd op hem en ik hield zoveel van hem. Het voelde als een kosmische match. Elk woord, iedere aanraking, in alles zag ik bij hem een leven samen, een leven in Amsterdam samen met kindjes, een eigen bedrijf en een bakfiets. En niemand geloofde mij, niemand geloofde in ons. Ik geloofde echter volledig in deze relatie en in hem. Alle pijn die hij me aandeed, het tastte mijn geloof niet aan. Tegenover al die vernederingen stond pure liefde. Tegenover mijn verdriet stond zijn frustratie. Tegenover iedere traan stond een lach. Deze relatie ging werken, hoe dan ook en waar dan ook. Was het niet nu dan wel in de toekomst. 

En ook nu, nu hij weer afbelde en ik weer huilend op mijn bank zat. De fles rode wijn was alweer opgetrokken, de sigaretten lagen alweer voor me en de tranen bleven maar komen. Mijn plannen, mijn hoop, mijn verlangen naar hem, naar ons samenzijn, waren in een klap weggevaagd. Weggevaagd door een smsje. Dat smsje dat hij niet kon komen. Woede, verdriet, onmacht, boos op mezelf omdat ik het geloof nog steeds had. Het geloof dat geworteld lag in een vertrouwen in hem, in mij. 


Het begon allemaal ergens in een foute studentenbar in Amsterdam, ergens in 2003 of 2004. Een bar waar ik nooit zou komen zonder de vriendinnen die ik toen had, Karin en Julia. Twee hippe meiden die net als ik begonnen waren aan een relatief nieuwe studie in Amsterdam. Uiteraard kon het ontdekken van Mokums nachtleven niet uitblijven.  

Op de een of andere manier liet ik me meesleuren. Ik was benieuwd. In Den Haag had ik mijn eigen huurhuisje, mijn eigen vriendinnen en leven. Maar de studie in Amsterdam liet me voorzichtig hunkeren naar een studentenleven, weg van mijn veilig opgebouwde leventje. En zo belandde ik in de stamkroeg van een bekende Amsterdamse roeivereniging.

Hip en studentikoos was ik niet. Onzeker was ik wel. Dus in jeans, zwart shirt en gympies en een zeer onhippe bril betrad ik de donkere krochten van het studentenleven. Maar eenmaal binnen voelde ik me heerlijk. Volop aandacht van de jongens die zich graag voordeden als echte mannen, bierdrinkend, kettingrokend en vol testosteron stonden ze in grote getale aan de bar, langs de muren maar ook op de dansvloer. Ik had net relaties en flirts achter de rug met jongens van eind twintig, begin dertig. Deze frisse jongens waren dus nieuw voor me. Maar de aandacht was geweldig.

Mijn vriendinnen en ik lagen in een deuk. De een had zijn hand nog niet van je rechterschouder gehaald of de andere hand lag alweer op je linkerschouder. En wij vonden alles hilarisch. We dansten, we dronken vies studentenbier en namen alles in ons op. Het was leuk, het was fijn en het was alles wat ik nog niet had gezien. En hoewel ik met minstens zes heren de dansvloer al had gedeeld en meerdere drankjes aangeboden had gekregen, werd mijn aandacht steeds getrokken door een kale jongen, gekleed in jeans en een donkerblauwe trui met opgerolde mouwen en behaarde armen waarbij een groot zilver horloge zijn linkerpols sierde.

Hij was alles behalve een student evenals zijn vrienden. Meer mijn straatje dus. Zijn ogen priemden de hele avond in mijn rug. Zelfs mijn vriendinnen viel het op. Ik werd overal waar ik liep in de gaten gehouden door hem. Alles behalve een student, alles behalve knap en zeker niet het type waar ik normaal op zou vallen. Maar zijn bruine ogen waren sexy, diep en zogen me volledig op. Ik was betoverd.

Hij bleef me maar opzoeken met zijn ogen. Mijn vriendinnen waren halverwege de nacht moe en dronken. We wilden net gaan tot ik aan mijn hand getrokken werd…door hem. Of ik en mijn vriendinnen niet nog een biertje wilden doen. Of ik nog even wilde blijven.

Arrogant was hij, praatte bekakt, was best klein en iel en leek behoorlijk aangeschoten. Hij vroeg me het hemd van het lijf en maakte me af en toe vreselijk belachelijk, maar ik kon hem aan. Ik had op elke brutale vraag een brutaal antwoord. Hij had zijn gelijke gevonden in dit spel. Hoe hij ook probeerde mij te kleineren, het lukte hem niet. En dat was precies wat hij aan het doen was: mij testen. Kijken of ik inderdaad zijn match was. En ik was zonder meer zijn match. Niet veel later stonden we te zoenen. Het voelde goed, spannend en grappig. Het was kort en mijn vriendinnen wilden gaan, ze stonden al bij de deur met mijn jas.
Met mijn telefoonnummer in zijn telefoon namen we afscheid. En ik voelde me hemels.

Ruim twee weken hoorde ik niets van hem. Vijf dagen heb ik gewacht. Ik voelde me heel rustig, was niet ongeduldig en had onbewust vertrouwen. Iets wat me verbaasde want normaal zat ik nagelbijtend bij mijn telefoon. Na vijf dagen gaf ik het op en alles was ‘business as usual’.

Tot ik een etentje had bij een vriend van mijn ouders. Het was een heerlijke zomeravond en ik genoot van een wijntje en goed gezelschap. Opeens ging mijn telefoon. Wanneer we nou eens gingen afspreken. Weer die gespeelde arrogantie. Een week later hadden we onze eerste date.

Het beeld van het moment dat hij me kwam halen die allereerste date, staat als een foto vast in mijn geheugen:

Daar stond hij dan. Fiets in de hand, cowboy laarzen aan, Hugo Boss-jeans, bruine winterjas, alles precies op maat. Hij droeg een bril die hij snel afzette toen ik op hem af liep. Hij zoende me twee keer op en ik sprong achterop zijn fiets. Mijn ridder op zijn oude fiets en ik.

Alles aan hem voelde onwerkelijk vertrouwd. Voor mijn gevoel waren we al jaren samen of in ieder geval al jaren vrienden. Ik was zenuwachtig maar ik was thuis die eerste date. Elk woord, iedere aanraking, elke handeling, wij hoorden bij elkaar. Ik was instant verliefd. Hij had onder die arrogante stoere laag een heel lief karakter. Heel zorgzaam en zachtaardig. Maar die kant voelde ik alleen, hij liet het nauwelijks toe.

En vanaf die tijd zat ik in een storm waar ik niet meer uitkwam. En hij blijkbaar ook niet. Het was moeilijk. Heel moeilijk. We gingen van grote hoogtes naar gevaarlijke dieptes. Hij werd bang wanneer ik te dicht bij kwam en raakte in paniek wanneer ik te ver weg was. Hij liet me los maar gooide telkens weer dat lijntje uit. Hij gaf me de sleutel van zijn huis, ik smeet diezelfde sleutel een paar weken later weer door zijn brievenbus.

Jaren later weet ik nu: ik was verliefd op het beeld van ons samen. Ik hield van het idee wat het had kunnen zijn. Want hij gaf geen strobreed toe en bleef bij zichzelf. Iets wat ik altijd respecteerde maar blindelings naar mezelf toetrok. Het zou nooit worden wat het had kunnen zijn. Zijn onkunde werd mijn zelfbeeld. Het moest slijten en dat heeft jaren geduurd. 

Ik besloot haar te bellen. Dat leek me gezien deze situatie wel het beste. Het was inmiddels geen situatie meer. Het was een slagveld geworden. Met elke dag die verstreek en ik geen contact had gezocht, had ik het erger gemaakt. Maar ik kon me toch nog niet voorstellen dat ze me niet meer wilde zien. Ik kon het me gewoon niet voorstellen. 

 


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s