Blog challenge: Day 3

Schrijf het begin van een heel eng verhaal…

Warme lente-avonden waren spaars die lente. Zo zat ik vorige lente bijna dagelijks in de avonden op mijn balkon. Nu was ik in staat afspraken of verplichtingen af te zeggen als de zon dan eindelijk mijn balkon had verwarmd.

Deze maandagavond was heerlijk. Een licht vleugje wind aaide af en toe mijn armen, de eetlust opwekkende geur van de BBQ van de buurman prikkelde mijn neus en de avondzon verwarmde me zo fijn dat ik een diepe tevredenheid voelde en mijn verlangen naar dit soort avonden grondig werd gevoed.

Met een glas witte wijn in de hand, benen languit op mijn blauwe bistrostoel, luisterde ik naar het rustige, voortkabbelende ‘Cello song’ van Nick Drake. Het liedje voerde me langzaam mee naar mijn eigen veilige gedachtenwereld. De plek waar ik altijd naartoe werd meegevoerd als ik muziek luisterde. De hele dag kwam voorbij, alle ups en alle downs. Ook de hele week verwerkte ik maar meteen. Soms een mentale aantekening en dan weer (dag)droomde ik weg naar plekken en momenten die ik misschien nooit zal bezoeken en ervaren, maar wel noteerde als een potentiële toekomst.

Nog steeds kabbelde Nick Drake door en pas na twintig minuten kwam ik erachter dat ik het liedje op repeat had gezet. Inmiddels was ik al betoverd door de dromerige cello dat ik het maar zo liet. Ik sloot mijn ogen en liet Nick door zingen met zijn lieflijke stem. De tokkelende gitaar, Drake’s gehum en de hypnotiserende percussie voeren me mee naar zee, waar ik kabbelde in een klein houten bootje, ik kon zo ver kijken als ik wilde en zag alleen maar zee, een diepblauwe zee, kalm. Een intense zon maakte mijn ogen tot spleetjes en mijn bootje wiegde teder heen en weer.

Daar waar de cello aan het eind in de verte langzaam wegebde, was het moment dat ik opschrikte van een heel harde klap. Ik kon niet plaatsen waar het vandaan kwam. Eerst dacht ik dat het bij de muziek hoorde, maar al snel bedacht ik me dat een liedje na acht keer draaien niet ineens verandert.

Ik werd bang en opende mijn ogen. De schemering was ten tonele verschenen. Ietwat beverig keek ik over de rand van mijn bakstenen balkon, maar zag nergens iets opvallends. Geen geschreeuw of voetstappen. Misschien was ik in slaap gevallen? Mijn hart zat ongeveer in mijn keel. Het restje wijn in mijn glas gooide ik snel in de plantenbak en draaide me om.

Op dat moment zag ik een flits van een beweging in mijn ooghoeken. Veel te snel om te registreren. Ik voelde me bekeken. Alsof iemand mij heel sluw in de gaten hield. Maar ik hoorde niets. Geen geritsel, gekraak of geschuifel. Niks, het was stil. Doodstil…..

Nick Drake was gestopt. Ik had geen knop aangeraakt en Nick leek er zelf genoeg van te hebben. Maar ook die gedachte hield geen stand. Aan de grond genageld stond ik op de rand van de openslaande deuren. Moest ik naar binnen? Moest ik blijven staan? Om hulp roepen? Er was in de verste verte niemand te bekennen. Mijn uitzicht bestond uit nevelige weilanden. De avondmist zakte langzaam naar het gras.

Toch gekraak van de oude vloerdelen in mijn woonkamer. Vloerdelen die er al minstens een eeuw lagen. De adrenaline klopte op mijn slapen, zat mijn keel en een ruk van gespannen energie gierde door mijn lijf. Met voorzichtigheid om te voorkomen dat iemand me hoorde, stapte ik met een voet over de drempel. Het was een volstrekt zinloze actie want als daar wel iemand was had hij of zij of het me allang gezien.

Ik was over de drempel en staarde nu mijn donkere kamer in. Alles had een donkerblauwe waas over zich heen. Het was moeilijk om onderscheid te maken tussen vaste en losse vormen. Een vaas kon makkelijk een hoofd zijn, een stoel kon ook iemand in zich hebben zitten. Niks was meer van elkaar te onderscheiden en mijn eigen fantasie nam een loopje met me. Waarheid en fictie liepen in elkaar over.

Weer gekraak. Het klonk niet als een voetstap. Meer als iemand die zich verplaatste op dezelfde plek. En als ik goed luisterde leek het alsof iemand ademde. Maar ook daar twijfelde ik toch weer aan. Ik schudde mijn hoofd. In mijn ooghoek zag ik op de salontafel mijn telefoon liggen. Kon ik erbij? Ik moest het risico maar nemen. Het maakte niet uit wat voor beweging ik maakte, wat er zou gebeuren kon ik niet inschatten. Het was niet eens duidelijk met wat of wie ik te maken had. Als ik al ergens mee te maken had. Het hout van de vloer kraakte wel vaker als het buiten warmer werd. Dat deed hij waarschijnlijk al ruim een eeuw. En ik was moe, had een wijntje op, misschien was het niets. Maar ik hoorde toch echt weer die adem. En ik voelde een aanwezigheid.

Met iets wat nog het meest op een sprong leek, greep ik mijn telefoon en rende meteen door naar het trapgat, ik sprong met drie treden tegelijk de trap af en greep naar de voordeur. Op slot. Paniekerig belde ik mijn vader en zocht naar mijn sleutels. Ze lagen niet op hun vaste plek in het marmeren schaaltje bij de deur. Ik zocht in de jassen aan de kapstok en mijn vader nam niet. Ik draaide me om om weer verder te zoeken. Al die tijd had ik het niet door gehad. Op het moment dat ik mijn vaders nummer nog een keer wilde intoetsen werd ik van achter hard op rug geslagen. Met een harde klap viel ik op de grond. Mijn rug brandde en het lukte me nauwelijks om op te staan. Die kans kreeg ik ook niet….

eng verhaal beeld

———-

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s